1965

Eind december 1964 hadden The Jumping Jewels nog een paar dagen doorgebracht in de Phonogram studio en uit het daar opgenomen materiaal werd Hornpipe als nieuwe single in januari 1965 gekozen. Het is een bewerking van het nummer Bach Goes to Sea van The Spotnicks (b-kant van hun hit single “Drina”) en gebaseerd op enkele oude Schotse volkswijsjes, versierd met een doedelzak aan het begin. Eigenlijk een vervolg op het suces van Irish Washerwoman. Het andere nummer was de zeer bekende paso doble Espana Cani, ook bekend als Spanish Gipsy Dance, van de Spaanse componist Pascual Marquina. Marquina schreef dit stuk in 1932 als bandleider voor zijn orkest, die de muziek verzorgden tijdens stierengevechten in de arena. In 1964 was het reeds eerder door The Black Albino’s, een andere legendarische Haagse gitaargroep opgenomen. De inspiratie van hun sologitarist Leo Bennink lag bij The Ventures.

In het voorjaar van 1965 kreeg Herman Batelaan het aanbod van circusdirekteur Toni Boltini om Johnny Lion & The Jumping Jewels in het komende seizoen als speciale attraktie aan zijn circus te verbinden. Geen nieuw idee, want The Four Tielman Brothers speelden in 1959 al als pauze act in circus Fischer in België en Duitsland. Volgens contract zouden Johnny Lion & The Jumping Jewels van april tot oktober met het Circus Toni Boltini door het land trekken en elke avond in de piste optreden. Het zou uiteindelijk echter helemaal fout aflopen in het najaar van 1965.

The Jumping Jewels begonnen samen met Johnny Lion in april 1965 aan hun avontuur in het circus. Ter gelegenheid van deze muzikale uitdaging werd door Philips een toepasselijke LP uitgebracht: JOHNNY LION & THE JUMPING JEWELS AT THE CIRCUS. Naast hun laatste single Hornpipe / Espana Cani waren daar ook nog 4 nieuwe tracks op te vinden. Een accoustische versie van Maria Elena, de wereldhit van Los Indios Tabajaras uit 1963. De song van Lorenzo Barcelata was in 1940 een serenade aan de vrouw van de toenmalige Mexicaanse president Prontes Gil. Jimmy Dorsey, Lawrence Welk en Gene Autry scoorden er in 1941 al een hit mee. Het nummer The Bandit ( O Cangaceiro) is afkomstig uit de Braziliaanse film ‘O Cangaceiro’ uit 1953. Het is een traditional bekend onder de naam Mulher Rendeira en werd voor de film bewerkt en uitgevoerd door Zé do Norte (Alfredo Ricardo de Nascimento). Het voorbeeld voor de acoustische uitvoering van The Jumping Jewels was de vokale versie van The Shadows op hun LP ‘Out Of The Shadows’ uit 1962. De Engelse tekst was afkomstig van Michael Carr en Jimmy Kennedy. Op de sterke eigen composities Drumski en Go! was drummer Kees Kranenburg Jr. nadrukkelijk aanwezig.

De muziekscene was ondertussen compleet veranderd. In Den Haag schieten de beat groepen als paddestoelen uit de grond en de jonge fans van vroeger, zoals de leden van The Golden Earrings, maken nu de dienst uit in platenland.

In de zomer van 1965 scoorde Johnny Lion een mega hit met zijn Nederlandstalige song Sophietje. Hieraan voorafgaand was een probleem ontstaan, omdat niet de Jumping Jewels de orkestband van Sophietje mochten opnemen, maar werd door Batelaan zonder overleg, een andere groep uit zijn stal, The Young Ones ingezet, m.m.v. producer Bert Schouten.

In het najaar van 1965 zegden The Jumping Jewels, na steeds vaker geconfronteerd te zijn met de in hun ogen ‘oneerlijke werkwijze’ van Batelaan de overeenkomst met hun manager op en maakten bekend verder te gaan met Rob de Nijs. Op 18 november 1965 verscheen een artikel met foto in De Telegraaf, met als kop Rob de Nijs gaat werken met de Jumping Jewels. Het nieuws bleef doorrommelen in de pers en op radio en TV (Mies Bouwman sprak met Herman Batelaan), want van het nieuws dat Rob de Nijs ging samenwerken met de vroegere begeleiders van zijn aartsrivaal keek heel Nederland op.

Herman Batelaan spande een kort geding aan tegen de Jewels voor de Amsterdamse rechtbank wegens kontractbreuk en bij vonnis van 7 december 1965 werden zij door de Amsterdamse Rechtbankpresident in het ongelijk gesteld en kwamen alle rechten op de naam The Jumping Jewels aan hun manager toe. Om verder te kunnen gaan als groep onder een andere naam moesten zij hem een afkoopsom van 14.000 gulden de man betalen.

Met Boltini kwam Batelaan toen voor de tournee van 1966 overeen dat zowel Johnny Lion als Rob de Nijs begeleid door de Jumping Pop-In (een door hem samengestelde groep o.l v. Hans van Eyck, ex-Teeset) in het circus zouden optreden.

The Jumping Jewels gingen begin 1966 van start als The Jay Jays en leadgitarist Hans van Eijk speelde op hun eerste en enige hit ‘Bold headed woman’ zijn laatste solopartij in die bezetting mee.