1964

Begin 1964, maar het kan ook eind 1963 geweest zijn, kwam Herman Batelaan via Nederlandse relaties in contact met muziekuitgeverij De Wolfe Ltd. in Londen. Music De Wolfe was gespecialiseerd in het uitbrengen van achtergrondmuziek voor film, TV en radio. Diverse componisten en ensembles uit binnen- en buitenland produceerden materiaal voor de catalogus van De Wolfe. The Jumping Jewels namen in de studio 12 nieuwe composities op en die werden in Engeland op een 25 cm (10″) LP uitgegeven t.b.v. achtergrondmuziek voor algemeen gebruik. De titel van die LP was ‘GUITARS ABOUT TOWN’ en de schrijvers van de instrumentals waren Keith Papworth, Anthony Mawer, Wayne Hill en Jack Trombey. Jack Trombey was de schuilnaam van de Nederlandse componist Jan Stoeckart (geb. 1927, Amsterdam). De nummers Black Twist, Lullaby, Rock-A-Bye-Baby, Tombola en Twisting Jewels zijn van zijn hand. In 1964 werd o.a. een gedeelte van Black Twist gebruikt in de korte documentaire film “A Look At The Mersey Sound” (Pathe).

JJs200164_klein

Deze LP met 12 onbekende stukken van The Jumping Jewels bleef bijna 15 jaar volslagen onbekend. Begin 1978 vond een Engelse verzamelaar een doos met 25 exemplaren tijdens een opruiming in het pakhuis van Music De Wolfe Ltd. in Londen. In 1979 werd een ‘bootleg’ van deze LP gemaakt op het Brusselse label CL Records, zodat een breder publiek nu kennis kon nemen van deze teruggevonden ‘juwelen’. In april 1981 werd het materiaal eindelijk ook in Nederland uitgebracht door DSR Records onder de titel ROCK ON WITH THE JUMPING JEWELS met begeleidende tekst van Herman Batelaan op de hoes. Herman schreef o.a….door ingewikkelde contractuele verplichtingen is daar destijds niets mee gebeurd; een duidelijk geval van ‘jammer’, zoals ik achteraf vaststelde bij het beluisteren van de band uit een daverend, maar helaas voltooid verleden……….

Hans van Eijk: De opnamen voor de ‘Wolfe’ lp kan ik me nog goed herinneren. Vooral het feit dat hij was ‘ingeschoten’ als filmmuziek en even iets tussendoor, waardoor niet is gemixed, de kleine studio van Phonogram is gebruikt, zonder goede faciliteiten en alles zeer snel moest plaatsvinden. Dat Jack Trombey een Nederlander was is ons niet verteld. Integendeel; de boodschap was dat hij in Engeland ondermeer voor de Shadows werkte.

Tjibbe Veeloo ruilde in 1964 zijn Fender Stratocaster in voor een Gibson semi-accoustische gitaar, want die paste beter bij het image van de Jewels in het pas aangebroken beat tijdperk.

The Jumping Jumping scoorden met hun volgende plaat Irish Wasserwomen / Java een dubbelhit. Java was de naam van een bekend renpaard uit die tijd. Componist Allen Toussaint nam het zelf al in 1958 op voor zijn debuut-LP. Java was een al een hitje voor pianist Floyd Cramer in 1963. Trompettist Al Hirt kwam er mee in de Amerikaanse top 10 in 1964 en ook de cover van The Jumping Jewels verkocht goed. Weer was het echter de achterkant van de plaat, die veel meer tot de verbeelding sprak bij de fans. Irish Washerwoman lag lekker in het gehoor. Het is een meer dan 200 jaar oude Ierse traditional (voor het eerst gepubliceerd in 1792). In Amerika werd het omstreeks 1925 bewerkt door componist Leo Sowerby.

Irish Wasserwoman werd ook op een gelijknamige EP uitgebracht, samen met Java, Trek To Rome en Blue Skies. In de studio begeleiden ze het zangeresje Marjo Dolores op de nummers Voor Mij Begint ‘t Leven Nu (een Nederlandse cover van Pour Moi La Vie Va Commencer, de Franse hit van Johnny Hallyday en Hé….

In die eerste maanden van 1964 hadden The Jumping Jewels het druk met plaatopnamen, want in de bekende Scheveningse dancing Les Galeries werd samen met Johnny Lion en het jazz zangeresje Leddy Wessel een LIVE LP opgenomen. De zaal zat voor deze speciale gelegenheid vol met fanatieke fans en die zorgden voor een bruisende sfeer. I Saw Her Standing There was de allereerste no.1 hit in Nederland van The Beatles en deze instrumentale uitvoering met meezingende fans was een schot in de roos. Het werd ook op single uitgebracht samen met Cossack Melodies. De inspiratie voor dit nummer hadden ze gevonden op de Engelse single van Group X, die ‘Cossack’ in 1963 opnamen als There are 8 Million Cossack Melodies – and This is One of Them. Red River Rock gaat terug naar de roots van instrumentale rock, dankzij de klassieke uitvoering van Johnny & the Hurricanes uit 1959. Het gaat hier om de song Red River Valley, die reeds in de 20-er jaren door singing cowboys werd vertolkt. Dream Of The West en Irish Washerwoman kregen door het meezingende, klappende en fluitende publiek een extra dimensie mee. Het nummer I Listen To My Heart was in 1962 een no.1 hit in Engeland voor de schrijver van het lied zelf Frank Ifield. Een instrumentale versies waren al in 1962 opgenomen door The Cliffters uit Denemarken en in 1963 door The Spotnicks als Just Listen To My Heart. Tot slot was er nog de technische perfecte drumsolo Hum-Drum van Kees Kranenburg Jr.

Begin 1964 werd Herman Batelaan benaderd door Mw. Zwart van Public Relations van de KLM. Zij was op zoek naar een ….strijkje….voor het openen van een KLM hotel in Karachi (Pakistan). Herman Batelaan stelde haar echter voor om Johnny Lion & The Jumping Jewels te sturen en zij bleek uiteindelijk zeer gecharmeerd van de leuke muziek en vooral de leuke jongens. Het resultaat was dat eind april 1964 Johnny Lion & The Jumping Jewels met hun manager Herman Batelaan op basis van free board and lodging gratis per KLM naar Karachi vlogen en daar met veel succes het hotel openden (in feite de eerste sponsoring in Nederland voor een beatgroepje!!)

Omdat Phonogram goede contacten had in Singapore en hun platen ook daar op de markt gebracht waren leek het Herman Batelaan zinnig met Phonogram en de KLM te praten over een doorreis naar Singapore. In nauw overleg met Singapore werd binnen een ontzettend snelle tijd het e.e.a. daar geregeld, met als gevolg dat zij konden doorvliegen met de KLM als sponsor naar Singapore. In de Odeon, een groot theater midden in de miljoenenstad, gaven zij 3 dagen achtereen een matinee en een avondvoorstelling. In die drie dagen bezochten maar liefst 10.000 enthousiaste fans de Odeon! Op 30 april en 1 mei traden zij op in het Beach Luxury Hotel en daarna maakten zij een tournee door Maleisië (Malakka), waarbij optredens werden gedaan in de steden Penang, Ipoh en Kuala Lumpur.

Het optreden in Karachi had zoveel indruk achtergelaten dat Herman Batelaan bij het begin van de tournee in Maleisië een telegram uit Karachi ontving om in Karachi en Lahore (Pakistan) een aantal optredens te verzorgen. Wederom met steun van de KLM werd teruggevlogen naar Karachi en na het afwerken van de contracten keerden zij met de KLM midden juni weer terug naar Nederland.

Bij terugkomst werd een speciale EP voor Maleisië opgenomen. De songs Nona Nona Zamang Sekarang, Nina Bobo, Stambul Bunga Mawar en Kapal Ladju werden gearrangeerd door G. van Leeuwen, F. Kerkhof en H. van Eyck. Er werd een speciale export EP voor het Verre Oosten gemaakt met als titel ‘Tribute To Malaysia’ en een voor de Europese markt als ‘The Jumping Jewels in Singapore’. Nina Bobo was al eerder in de Phonogram studio opgenomen door Anneke Grönloh in 1962 en Sandra Reemer had in 1963 opnamen gemaakt van de overige 3 songs, waarbij de reeds genoemde arrangeurs waren betrokken.

Philips, ook in Japan een platenreus, bracht in 1964 een speciale LP onder de titel JUMP op de Japanse platenmarkt. Uiteraard begint de LP met Olé Guapa, omdat de tango en dit nummer in het bijzonder nu eenmaal razend populair was in Japan. Malando was er even bekend als in ons land. Verder waren er ook Parade Tango en El Choclo op te vinden. Er waren plannen in de maak om in 1965 tijdens een nieuwe tournee door het verre oosten ook Japan te bezoeken.

In Peru bereikte hun instrumentale uitvoering van het Beatles nummer I Saw Her Standing There de 1e plaats op 26-09-1964. Irish Washerwoman stond op 08-08-1964 op de 6e plaats in de Top10 van Singapore. (bron: Billboard – The Hits of the World).

In het najaar van 1964 werd de op één na laatste single van The Jumping Jewels uitgebracht – Jumping Can Can. De fameuze Can Can dans werd in 1858 voor het eerst opgevoerd in de operette ‘Orpheus In The Underworld’ van Jacques Offenbach. In Engeland produceerde Joe Meek in 1962 een instrumental met de groep Peter Jay & The Jaywalkers als Can Can ’62. De uitvoering van The Jumping Jewels blonk weer uit door een schitterend arrangement en leuke effecten. Zambesi (Zambezi) is een compositie uit de 50′s van de Zuid Afrikaanse accordeonist Nico Carstens en Anton de Waal. Op tekst van Bob Hilliard werd het ook bekend als Sweet Africa. Het werd een in 1956 in Europa bekend door de uitvoeringen van Lou Busch en trompettist Eddie Calvert. In 1962 stond het ook op de legendarische LP ‘That Happy Feeling’ van Bert Kaempfert. De versie van The Jumping Jewels was gebaseerd op de arrangementen van The Shadows, die te vinden was op hun 3e LP Dance With The Shadows.

In 1964 verschenen ook de laatste 2 EP’s van The Jumping Jewels. Het tijdperk van de EP was daarna voorgoed voorbij. Een EP met More, I Saw Her Standing There, The Green Leaves Of Summer en El Choclo en tenslotte nog een EP met Zambezi en Jumping Can Can samen met 2 nummers van Johnny Lion.