1963

Begin 1963 kwam er van The Jumping Jewels een plaat uit, waarop dankzij de nieuwe Fender gitaren en versterkers duidelijk van een verbeterde klankkleur te genieten viel. Het nummer Africa (Afrika) was een oorspronkelijke Zuid-Afrikaanse compositie van Charles Segal en Anton de Waal. Als rock instrumental werd het voor de eerste keer opgenomen door de Engelse studio groep The Gary Edwards Combo voor het Oriole label in 1962. Het werd opgepikt door Jörgen Ingmann, die er een pittige gitaar uitvoering van maakte met een opvallend intro met oerwoudgeluiden. Deze uitvoering werd overgenomen door The Jumping Jewels en de plaat liep zo goed dat hij uiteindelijk op de 8e plaats in de hitparade terecht kwam. Het was eigenlijk een plaat met 2 hits, want ook Twilight Time werd erg populair in de uitvoering van The Jumping Jewels. Twilight Time was als instrumental al een million seller in 1944 voor The Three Suns. Buck Ram, de manager van The Platters, schreef een tekst op de melodie en de Platters stonden er in 1958 mee op de 1e positie in de Amerikaanse Top 100. In ons land scoorde Ronnie Rober er in 1965 nog een hit mee als Iedere Avond. The Jumping Jewels speelden Africa in het TV programma ‘Rooster’, een soort TV hitparade, de presentatie hiervan was in handen van Lonneke Hoogland.

Voor hun volgende single namen ze de compositie Wild Geese van Eddy Christiani op. De in 1918 in Den Haag geboren zanger/gitarist was in 1940 de eerste bespeler van een electrische gitaar in Nederland, en waarschijnlijk ook in Europa. Zijn eerste electrische gitaar was een Epiphone Electar Model M, versterkt door een 15 Watt omgebouwde Epiphone versterker met Goodmans speakers. Eddy had het nummer zelf reeds in 1962 opgenomen met het combo van medecomponist Harry de Groot. Het nummer heette toen Wilde Ganzen en Eddy vertelde later in een interview aan Bert Bossink dat hij dit nummer en nog 3 andere stukken aan Hank Marvin van The Shadows had gegeven. Het management liet echter netjes per brief weten dat ze zoveel materaal hadden, dat ze aan zijn nummers geen behoefte hadden. Gelukkig maakten The Jumping Jewels er toch nog een soort Shadows opname van. Op de a-kant (verkeerde keuze van Phonogram!) van de plaat kwam het populaire Zweedse deuntje Zero-Zero te staan. Het was een compositie van de jazz tenor saxofonist Carl-Henrik Norin. In Zweden een hit voor de groep The Popcorns en in Amerika een klein hitje voor Lawrence Welk. Oorspronkelijk was het een vokaal nummer op tekst van Sven Paddock. De singles Africa / Twilight Time en Wild Geese / Zero-Zero werden ook op EP uitgebracht onder de titel “Africa”. Dezelfde 4 nummers verschenen ook op EP in Spanje, daar kwam abusievelijk hun naam als The Jumping Jeawels op het hoesje te staan.

In september 1962 was de Hilversumse drummer Kees Kranenburg Jr. reeds als invaller bij The Jumping Jewels actief geweest. In juli 1963 nam hij met zijn Premier drumstel (later Ludwig) defenitief de plaats in van Frits Tamminga. Kees Jr. is de zoon van een beroemde vader, de populaire drummer van het befaamde orkest The Ramblers. Evanals zijn vader was Kees Jr. actief als studio drummer. Zo kan men onder meer op de hits Little Ship (Blue Diamonds), Paradiso (Anneke Grönloh) en De Winter Was Lang (Willeke Alberti) de drums van Kees Kranenburg Jr. horen.

De nummers Wild Geese en Zero-Zero waren ook te vinden op hun LP JUMPIN’ HIGH. Die LP was zonder meer een van de hoogtepunten uit de Nederlandse pophistorie. Je moest wel een heel bijzondere staat van dienst hebben als in die tijd een LP van een gitaargroep werd uitgebracht. Van de produktie werd zowel door The Jumping Jewels als de arrangeur/ producer Ger Daalhuizen veel werk gemaakt. Kant 1 begon met een spetterende uitvoering van Istanbul. Deze song uit 1953 was een hit voor The Four Lads op tekst van Jimmy Kennedy en de titel hiervan is voluit Istanbul (Not Constantinople). De muziek was van Nat Simon, die ook Poinciana schreef. De prachtige melodie Quiereme Mucho werd voor het eerst uitgevoerd door de Italiaanse tenor Tito Schipa in 1923. In het Engels werd de song bekend als Yours door een uitvoering van Dinah Shore uit 1939. Gert Timmerman had er eind 1963 een hit mee als Nimm Deine Weisse Gitarre. Op de originele Engelse single uit 1961 stond The Trek To Rome op de b-kant van hun legendarische opname In The Hall Of The Mountain King van Nero & The Gladiators. Componist/sologitarist Colin Green was tijdens de opname vervangen door de sessie gitarist Joe Moretti. Dream Of The West was de titel en het openingsnummer van de LP van The Outlaws (zie Outlaw in 1962). Schitterend gearrangeerd en met behulp van de stem van Johnny Lion kreeg het een extra dimensie mee en kon je lekker meezingen (oe oe oe….) tijdens de optredens. Het Engels origineel van South Of The Border (Down Mexico Way) verscheen in 1939. Michael Carr schreef de muziek en de tekst was van Jimmy Kennedy (we kwamen hem ook al bij Istanbul tegen). Er bestond een oude opname van The Ramblers uit 1939, maar The Jumping Jewels legden hun oor te luister bij hun favorieten The Shadows (LP Out Of The Shadows 1962). Kant 2 van de plaat begint met een spetterende uitvoering van Blue Skies, rockende gitaren met orkest begeleiding. Het stokoude musical nummer van Irvin Berlin, Belle Baker zong het in 1926 in de show ‘Betsy’. Een originele Argentijnse tango kon ook niet ontbreken op de LP. Gekozen werd voor El Choclo. Ook hier ging Phonogram weer de mist in met de vermelding van de namen Allen en Hill als componisten. Angel Villolde schreef El Choclo in 1903 met zowel een Spaanse als een Engelse tekst. De subtitel in het Engels was toen The Ear Of Corn. In 1952 brachten Lester Allen en Robert Hill een song uit onder de naam Kiss Of Fire. De melodie bleek simpelweg gestolen te zijn van de tango El Choclo van Angel Villolde. Ze werden verplicht te vermelden dat het hier een bewerking van Villolde betrof. (The) Rumble, een nummer van de Engelse jazz gitarist Ike Isaacs, was het openingsnummer van de LP ‘Out Of The Shadows’ (1962), The Jumping Jewels maakten er een zeer geslaagde uitvoering van en tijdens live optredens werd er veel naar gevraagd. Nog zo’n succesnummer werd San Antonio Rose, dat voor het eerst door Bob Wills & his Texas Playboys in 1938 als country instrumental werd uitgevoerd. Van San Antonio Rose zijn ontelbare covers in omloop. Het werd in Nederland vooral standaard repertoire voor Indo-Rock bands. Tot slot Smoke Signals, het 3e nummer gespeeld door The Jumping Jewels wat afkomstig was van de Outlaws LP en door de uitvoering van de Jewels nog beter uit de verf kwam.

Van de LP Jumpin’ High werd ook nog een EP getrokken met de nummers Rumble, Smoke Signals, Dream Of The West en Istanbul. In Mexico werd een EP uitgebracht met de tracks: El Choclo, Blues Skies, South Of The Border (natuurlijk Down Mexico Way!) en San Antonio Rose.

Dat 1963 op muzikaal gebied een topjaar was voor de Jewels bleek nog eens te meer uit hun volgende single. De song Dakota van de Engelsman Bob Allan is opgedragen aan het legendarische vliegtuig met die naam. Dakota is de Engelse benaming (RAF 1942) van het succesvliegtuig van de Douglas Aircraft Company, de DC-3/C-47 Dat vliegtuig werd voor het eerst gebouwd in 1935 en bewees nog lang daarna goede diensten, vooral in de transportversie. In mei 1963 werd het nummer door de Engelse mondharmonica virtuoos Tommy Reilly & The Tradesmen opgenomen en uitgebracht op het Oriole label. In 1963 maakten The Shadows een cover van het nummer voor hun LP Dance With The Shadows (uitgebracht in 1964) – bassist Licorice Locking speelde hierop de mondharmonica. De uitvoering van The Jumping Jewels was magistraal gearrangeerd. Dakota begint met het geluid van een vliegtuigmotor, nagebootst op de gitaarsnaren, en gaat daarna over in een fraaie instrumental met een prachtige heldere klankkleur. Engelse Shadows fans die pas vele jaren later de uitvoering van de Jewels hoorden, waren compleet verrast hierdoor en moesten toegeven dat hun idolen hier een jaar eerder met een lengte voorsprong gepasseerd waren.

In 1963 veroverde de prachtige melodie More (Theme From Mondo Cane) de wereld o.a door een uitvoering van Kai Winding (top 10 hit in de USA). Het nummer werd in 1962 geschreven en uitgevoerd door Riz Ortolani & Nino Oliviero voor de spraakmakende Italiaanse documentaire film ‘Mondo Cane’. More was overigens de feitelijke a-kant (evenals Zero-Zero achteraf gezien een verkeerde keuze) van de Philips single.

Op 12 oktober 1963 tijdens het Grand Gala du Disque in Scheveningen werd opgetreden met wereldsterren als: Trini Lopez, Marlene Dietrich, The Spotnicks, Freddie en Petula Clark. Hans van Eijk: Ik heb er nog een traumatische herinnering aan overgehouden want toen de eurovisie uitzending bezig was en wij werden aangekondigd, kreeg ik bij het binnenkomen een blackout en wist echt niet meer welk nummer we moesten spelen. Bij het aftellen door Kees Kranenburg, kwam die herinnering wel weer terug en liep alles goed af! Gelukkig heb ik later nooit meer zulke ervaringen gehad.

Op 16 november 1963 ging onder grote belangstelling de Jumping Jewels Show in Heerhugowaard in première. Producer en manager Herman Batelaan had een aantal artiesten uit zijn stal voor deze show bijeengebracht. Ronny Lake, Lesley Gray, Marjo Dolores en The Young Sisters. Alle artiesten werden begeleid door The Young Ones. Onder het geluid van straaljagers en leeuwengebrul verschenen dan de sterren van de show; Johnny Lion & The Jumping Jewels op het podium.

In Engeland, Frankrijk en Spanje verscheen een LP met als titel ‘Rocking Guitars (Guitare Rock)’, hierop waren naast instrumentals van The Cliffters (Denemarken), The Jets (Franse studiogroep) en The Guitar Rockers (idem) ook 3 opnamen van The Jumping Jewels te beluisteren. Met name Africa, Smoke Signals en Rumble. Eind 1963 werd ook nog de single Istanbul / Dream Of The West, 2 tracks afkomstig van de LP ‘Jumpin’ High’, op de platenmarkt uitgebracht.