1962

In januari 1962 werd de eerste plaat met zanger Johnny Lion uitgebracht. Op het label staat nog te lezen The Jumping Jewels – vocal: Johnny Lion. Het zijn uitvoeringen van My Bonny (My Bonnie Lies Over The Ocean). Vooral bekend door de uitvoering van The Beatles in Hamburg uit 1961, maar oorspronkelijk een hartverscheurend lied uit Schotland over onbereikbare liefde geschreven door Charles T. Pratt 1881 onder het dubbele pseudoniem J.T. Woods / H.J. Fuller. Op de andere kant stond een cover van C’mon Everybody – Twist van Eddie Cochran met een aangepaste twist tekst. In 1961 stak de militaire dienst tijdelijk nog een spaak in de vocale carrière van Johnny Lion, maar in 1962 wist hij met enkele voortreffelijke singles zoals Ginny Come Lately, Dear One, Teenage Senorita en Devil Woman de aandacht op zich te vestigen.

Van het geld dat langzaam maar zeker in de pot stroomde werden steeds betere instrumenten gekocht. Toen ze begonnen speelde Hans van Eijk op een Höfner gitaar, Joop Oonk een Framus basgitaar en Tjibbe Veelo bespeelde nog een zelfgemaakte gitaar. Hans van Eijk en Tjibbe Veelo kwamen al snel in het bezit van duurdere modellen uit de Höfner 172/173 serie. Joop Oonk schakelde over op een Engelse Fenton basgitaar. Drummer Frits Tamminga werd de trotse bezitter van een Westend drumstel. Na hun platensucces konden ze in de loop van 1962 Fender gitaren en versterkers aanschaffen. Hans en Tjibbe begonnen eerst op Fender Jazzmaster te spelen. De Jazzmaster was zowat de meest populaire gitaar in Den Haag. René Nodelijk & the Alligators maakten er furore mee. Verder speelden zowat alle Indo-Rock bandjes die als beroeps naar Duitsland trokken in navolging van The Tielman Brothers op de Jazzmaster. Hans zien we daarna al vrij snel op een Stratocaster overschaken, want dat was toch de gitaar die onverbrekelijk was verbonden aan de sound van The Shadows.

Herman Batelaan kreeg ondertussen ook veel bijval en medewerking van Skip Voogd. Skip Voogd was destijds de producer van het populaire AVRO radio programma Tussen 10+ en 20- , dat door Jos Brink werd gepresenteerd. Verder had hij een eigen rubriek in de Avro Bode en schreef hij platenrecensies en stukjes voor de bladen Muziek Expres en de Wereld Kroniek. Er werd ook een fanclub voor The Jumping Jewels opgericht, die merkwaardigerwijs niet in Den Haag zetelde, maar in de Rotterdamse Paul Krugerstraat. Op 24 januari 1962 maakten The Jumping Jewels hun TV debuut. De opnamen hiervoor vonden plaats in de Concordia zaal te Bussum.

Voor hun volgende plaat nemen The Jumping Jewels het vooroorlogse Ramblers succes Zuyderzee Blues op. Een Jackie Bulterman-compositie, die sterk geïnspireerd is op een bekende oud-Hollandse boerendans. Met Parade Tango haken ze in op het Franse succes van hun EP met Guitar Tango. Ook op Parade Tango voeren gitaren de boventoon, maar het is een tikje monotoon van compositie.

Op hun 3e single in 1962 komen de strijkers van a&r man Ger Daalhuizen op het nummer The Green Leaves Of Summer in actie. In navolging van de gigantisch hit Wonderful Land van The Shadows met begeleiding van het orkest van Norrie Paramor, werd in de Phonogram studio een bijna identieke produktie gemaakt. The Green Leaves Of Summer was een ijzersterke melodie van de componist Dimitri Tiomkin voor de film “The Alamo” uit 1960. Op tekst van Paul Francis Webster werd het in de film gezongen door The Brothers Four, die er ook een millionseller mee hadden. Het andere nummer Outlaw is in feite de compositie The Outlaws van Joe Meek onder het pseudoniem Robert Duke. Hans van Eijk was in het bezit gekomen van de Engelse LP “Dream Of The West” van The Outlaws. Een LP met een unieke hoes (indianen), unieke tekst van producer Joe Meek en vooral ook uniek repertoire. In de loopbaan van Hans van Eijk en The Jumping Jewels zal deze LP nog vaak als inspiratiebron dienen. Vreemd blijft het dat de titel enigzins gewijzigd werd en dat als componisten R. Holiday en M. Stelvio genoemd worden van muziekuitgeverij Ardmore & Beechwood S.A. i.p.v. Robert Duke (Joe Meek) en Ivy Music Ltd.

Toen in het najaar van 1962 The Shadows hoog in de hitparade verschenen met Guitar Tango, werd door Phonogram ook de uitvoering van The Jumping Jewels samen met A Hundred Pounds Of Clay op single uitgebracht.