1956 -1961

Hans van Eijk (geb. 8 augustus 1944) was in 1958 als veertienjarig jongetje op woensdagmiddagen bezoeker van Don Bosco: het Rijswijkse katholieke jeugdcentrum. Daar zag hij voor het eerst Indo jongens op elektrische gitaren in aktie. De paters hadden er wel problemen mee, dat hij niet katholiek was. Hans woonde destijds aan de Goudriaankade en ging op gitaarles bij Ab Bronkhorst aan het Haags Gitaarcentrum in de Acaciastraat. Hans vertelde zelf hierover in een interview voor Music Maker in 1979: …het ging erg langzaam omdat ik een tamelijk gemakzuchtige werkzijze volgde. In plaats van de muziek echt van het papier te spelen, keek ik altijd heel goed hoe Ab het deed, waarna ik hem naspeelde, zo heb ik jarenlang gesmokkeld. Maar wat beslist wel belangrijk was, is dat ik langzaam maar zeker de theorie begon te begrijpen. Je vond de muziek die je op de radio hoorde mooi en vervolgens besloot je met een aantal vrienden een groep te formeren. De een had een ukelele, de tweede een theekist bas, de derde een gitaar en de groep was geformeerd. Als je geluk had was er één die drie accoorden kende, maar soms zelfs dat nog niet eens. Pas daarna werd je min of meer serieus, omdat je ontdekte dat je bepaalde nummers niet kon spelen. Er werden boekjes gekocht, de één leerde de ander weer iets wat hij ergens gezien had en zo ging je stap voor stap verder….

In Don Bosco zag Hans in 1958 op een keer een duo bestaande uit de broers Jan en Fred van Leeuwarden optreden. Daar werden de eerste contacten gelegd tussen de latere oprichters van Johnny Lion & The Jumping Jewels.

Zwartharige Jan van Leeuwarden alias Johnny Lion werd op 4 juli 1941 in Den Haag geboren. Hij groeide op in de Vierhoutenstraat in de Zuiderparkbuurt. In een interview vertelt hij hoe het allemaal begegonnen is: Ik hoorde Buddy Holly voor het eerst in het voorjaar van 1958 tijdens een wielerronde in het Zuiderpark. Daar draaiden ze Frankie Laine, Guy Mitchell, Johnny Ray, dat soort werk. Vond ik fantastisch. En ineens daartussen hoorde ik, met de wind meegedragen Peggy Sue van Buddy Holly. Dat geluid….Die frequente roffel, die trom die erin zit. Adembenemend! En ik zat op trompetles…….Gelijk verkocht! Die Man heeft bij mij wat teweeggebracht. Ongelooflijk! Door hem ben ik rock”n’roll gaan zingen. Die stem!

Samen met zijn broer Fred vormde hij een duo in de stijl van The Everly Brothers. Ze zongen de hits na die ze hoorden op Radio Luxemburg, want verder was er niks. Broer Fred zorgde voor de gitaarbegeleiding en hij hij baste met zijn mond: pom pom pom. Toen Fred van Leeuwarden een jaar later verkering kreeg verloor hij de ambitie voor zijn gitaar. Hans van Eijk speelde ondertussen (begin 1960) bij gelegenheid als bassist bij Willy & The Real Rhythm Rockers in het Zuiderpark paviljoen van de rolschaatsbaan, waar Willy Wissink zijn dansclub ‘The Rhythm Folks” exploiteerde. Hans speelde toen nog bas op de bassnaren van een gewone elektrische gitaar! Jan van Leeuwarden zong zo nu en dan mee en Frits Tamminga was de drummer van The Real Rhythm Rockers.

Johnny en Hans richtten samen Johnny & The Jewels op. Aanvankelijk een 7-mans orkest en naast hun optredens in de parochiezaal van de RK-kerk in de Mient in Den Haag speelden ze op allerlei feestjes. Drummer Frits Tamminga was al in deze eerste bezetting te vinden naast Joop Oonk, die door Hans van Eijk tot bassist was bijgeschoold. Verder speelden hierin Piet Tamminga (piano) en Chris Jansen (gitaar). De achternamen van de overige groepsleden: Bas, een schoolkameraadje van Hans van Eijk, en het zangeresje Brenda zijn (nog) niet te achterhalen. Wel kwam op een gegeven moment Tjibbe Veeloo naaast Chris Jansen als extra slaggitarist in de band. Tjibbe was een jaar of vier eerder met zijn ouders vanuit Friesland naar Den Haag verhuisd en leerde met behulp van Hans van Eijk gitaarspelen.


In de zomer 1960 exploiteerde Willy Wissink de dancing in het paviljoen van de rolschaatsbaan in Het Zuiderpark, waar hij optrad met zijn eigen groep The Real Rhythm Teens. Ook liet hij andere groepjes daar in het weekend optreden, zo ook Johnny & The Jewels. Een neef van Herman Batelaan speelde in de band van Willy en zo kwamen Batelaan en Wissink met elkaar in contact. Toen Willy Wissink te kennen gaf naar Hoek van Holland te willen gaan om daar een club te openen en Het Zuiderpark te sluiten opperde Herman Batelaan het idee Het Zuiderpark niet te sluiten maar hem daar in het weekend neer te zetten en de boel te regelen. Wissink vond dit een goed idee en zo rolde Batelaan in deze muziekwereld. In die tijd leerde hij Hans van Eijk en de anderen kennen. Daar zij het met elkaar goed konden vinden groeide er een samenwerking.

Herman Batelaan wierp zich op als zakelijk leider en ging met hun ouders praten. Het orkest werd ingekrompen van 7 naar 5 man. Hij maakte een contract op voor het ‘muziekgezelschap’ dat vanaf oktober 1960 onder de naam The Jumping Jewels door het leven zou gaan. De Jewels waren overigens nog minderjarig tijdens het opmaken van dat contract. De honoraria van de band zou in een gemeenschappelijke pot gaan waaruit nieuw instrumentarium en versterkerapparatuur kon worden aangeschaft. Besloten werd tevens om de stijl en klankkleur van The Shadows als basis te nemen, maar met een eigen geluid en repertoire zich te onderscheiden. Batelaan stelde ook een lijst op met 20 geboden, waar de groepsleden zich netjes aan moesten houden. Zijn belangrijkste motto was: Blijf eenvoudig en zodoende sympathiek. Herman Batelaan vertelde in 1965 aan een verslagggever van het blad ‘Joke’ – Schrijf niet dat ik hun impressario ben, want dat zijn alleen maar geldopstrijkers. Ik ben hun manager, verzorger, pleegvader en zondebok.

Bezetting vanaf 1960 (tot 1963)
Hans van Eijk: sologitaar
Tjibbe Veeloo: gitaar
Joop Oonk: basgitaar
Frits Tamminga: drums